Kathedraal San Giusto

Kathedraal San Giusto

Piazza della Cattedrale 2. (Open kaart)

Omschrijving

De Kathedraal van San Giusto is de dom van Triëst, boven op de heuvel van San Giusto die over de oude stad en de haven uitkijkt. Van buiten is hij sober, bijna streng; binnen bewaart hij mozaïeken op een gouden achtergrond in Byzantijnse stijl die de klim alleen al waard zijn.

De kerk is ontstaan uit een samenvoeging: tussen 1302 en 1320 bracht bisschop Rodolfo Pedrazzani twee oudere kerken, Santa Maria en de kapel van San Giusto, onder één dak. Daarom heeft het interieur maar liefst vijf beuken.

De zadeldakgevel wordt beheerst door een groot roosvenster van Karststeen, ter plaatse gehouwen door steenhouwers die uit Soncino bij Cremona kwamen, het dorp van de bisschop. In de stad leeft hun herinnering voort in de straatnaam via dei Soncini.

Gevel en klokkentoren zitten vol hergebruikte Romeinse stukken: het portaal is bijvoorbeeld gemaakt van een oud grafmonument. Op de gevel staan, op consoles die ooit Romeinse sokkels waren, de bronzen bustes van enkele beroemde bisschoppen.

Op de klokkentoren houdt een beeld van San Giusto uit de 10e-11e eeuw, in een gotische nis, in de ene hand een model van de stad en in de andere de palm van het martelaarschap. Het hoofd komt van een ander beeld, en klopt dan ook niet met de verhoudingen van het lichaam.

Binnen, onder het 14e-eeuwse houten plafond in de vorm van een omgekeerde scheepsromp, zijn de mozaïeken in de zijapsissen het pronkstuk. Links de Madonna op de troon met het Kind, op een gouden achtergrond tussen twee aartsengelen, en onder haar de apostelen in een weide: werk uit de 12e eeuw.

In de rechterapsis zie je de Christus Pantocrator, slank, streng en edel, tussen San Giusto en San Servolo, het werk van Byzantijnse mozaïekmakers uit het begin van de 13e eeuw. In een zijkapel zijn de fresco's van de Cyclus van San Giusto bewaard, een van de weinige overblijfselen van de oude versiering.

Achter een barok hek ligt de Schatkamer, in 1984 geplunderd maar nog altijd rijk aan kostbare voorwerpen. Daaronder de hellebaard van San Sergio, het symbool van Triëst: volgens de legende viel die op wonderbaarlijke wijze op het forum van de stad op de dag dat de heilige in Syrië de marteldood stierf.

Ook de klokkentoren heeft zijn verhaal. Hij was hoger, maar in 1422 sloeg de bliksem in en werd hij teruggebracht tot zijn huidige hoogte. Zijn vijf klokken vormen het op een na grootste klokkenspel van Friuli-Venezia Giulia, na dat van de dom van Udine.

Niet missen
• Het roosvenster.
• Het beeld van San Giusto op de klokkentoren.
• De mozaïeken in de apsissen.
• De hellebaard van San Sergio.

Wist je dat?
• De grootste klok werd in 1829 gegoten uit het brons van kanonnen die Napoleon had achtergelaten.
• Aan die klok is het patriottische lied ‘La campana di San Giusto’ uit 1915 gewijd, dat decennia later ook door Luciano Pavarotti werd gezongen.