Kleine Berlin

Kleine Berlin

Via Fabio Severo. (Open kaart)

Omschrijving

De Kleine Berlin, het 'kleine Berlijn', is het grootste complex van schuilkelders uit de Tweede Wereldoorlog dat in Triëst bewaard is gebleven. Je daalt af onder de heuvel Scorcola, midden in het centrum, en ontdekt de schuilplaatsen voor burgers en de tunnels die de Duitsers groeven voor het commando van de SS.

De ingang ligt aan de via Fabio Severo, in de wijk Barriera Nuova. Het complex bestaat uit twee met elkaar verbonden maar heel verschillende delen: het deel dat de gemeente voor de bevolking bouwde en het Duitse militaire deel, gebruikt als opslag en schuilplaats.

Het Duitse deel is een lange gang waar links en rechts grote zalen op uitkomen, samen zo'n 1000 vierkante meter. Er zijn nog leidingen, wastafels, toiletten en resten van de elektrische installatie en de mechanische ventilatie, plus de ruimte van de generator.

In een van de zijgangen zie je nog de sporen van een houten wenteltrap die uit een schacht naar beneden kwam. Langs die weg ging Odilo Globocnik, geboren in Triëst en SS-commandant in de regio, van zijn villa naar zijn kantoren in het Paleis van Justitie zonder ooit buiten te komen.

Achter een deur begint de Italiaanse schuilkelder, en daar heerst een heel andere sfeer. Hier heeft het water tientallen jaren zijn werk gedaan: stalactieten, stalagmieten en bekkentjes waar een dun laagje water over stroomt, doen eerder denken aan een natuurlijke grot dan aan een door mensen gegraven tunnel.

In de gangen voor de burgers zie je in de vloer nog de uitsparingen van de houten banken, en verder een ziekenboeg en toiletten. Het laatste stuk is ruw uitgegraven gebleven, omdat het nooit werd afgemaakt.

De naam stamt uit de tijd dat Triëst de 'hoofdstad' was van de Operationszone Adriatisches Küstenland die de Duitsers na 8 september 1943 instelden, met het SS-commando tussen de piazza Oberdan en het Foro Ulpiano. Strikt genomen klopt de naam grammaticaal niet: in het Duits is Berlin niet vrouwelijk, en het zou Kleines Berlin moeten zijn.

Dat je de tunnels kunt bezoeken, is te danken aan de Club Alpinistico Triestino, die ze in 1995 verwaarloosd aantrof en op eigen kosten herstelde. Sinds het begin van deze eeuw zijn er in sommige zalen tentoonstellingen gehouden, onder meer over de bombardementen op Triëst en over de grotten uit de Eerste Wereldoorlog.